Handel &
Privileges

De overstroming van 1421 had een nieuwe binnenzee gevormd. Over dit water ontstond al snel een veerdienst naar Dordrecht, een van de grootste handelssteden van Holland. Dankzij dit veer groeide Oudenbosch uit tot een schakel tussen Brabant, Zeeland en Vlaanderen enerzijds en Holland anderzijds. Voor de vaak arme bevolking betekende dit een kans om mee te liften op de handelsstromen.

De positie van Oudenbosch werd verder versterkt toen Jan II van Glymes, heer van Bergen op Zoom, in 1462 het dorp bijzondere rechten verleende. Oudenbosch kreeg toestemming een vrije weekmarkt te houden, accijnzen te heffen op bier en wijn, en tol te innen voor het onderhoud van wegen. Daarmee kreeg het een voorsprong op omliggende dorpen en groeide het uit tot een economisch centrum in de streek.

In de tweede helft van de 15e eeuw begonnen grootschalige bedijkingswerken het verdronken land opnieuw te winnen. Zo ontstonden de poldergebieden van de Oude- en Nieuwe Landen, samen bekend als het Oudland. Het dorp kreeg hierdoor vruchtbare grond in gebruik, wat zorgde voor nieuwe landbouwmogelijkheden en verdere groei.

Dat Oudenbosch inmiddels een plaats van betekenis was, blijkt wel uit het feit dat keizer Karel V hier op 31 mei 1515 overnachtte. De volgende dag vertrok hij met het veer naar Dordrecht – een teken dat Oudenbosch inmiddels stevig verankerd was in de handels- en reismogelijkheden van de regio.