Openingtijden

Zaterdag: 10:00 – 13:00
Dinsdag: 10:00 – 12:00
Woensdag: 13:00 – 16:00 

Het verhaal
van Oudenbosch

Het verhaal van Oudenbosch begint in december 1275, wanneer Arnoud van Leuven en zijn vrouw Elisabeth, heer en vrouwe van Breda, een belangrijke schenking doen aan de Cisterciënzer abdij van St.-Bernaarts in Hemiksem bij Antwerpen. Zij schenken de monniken de rechten over Gastel en het hele gebied van het Baerlebosch, inclusief tweehonderd bunder moer en een weg en waterloop daarheen. Deze akte wordt vaak gezien als het geboortekaartje van Oudenbosch.

Het geschonken gebied was destijds woest en vrijwel onbewoond. Het werd begrensd door de Roosendaalse Vliet in het westen, de Mark en de Striene in het noorden, en het Dorlichterven in het zuiden. De naam Baerlebosch verwijst naar een bos aan het verdwenen meer Barlaec, dat toen ten noordwesten van het huidige Oudenbosch lag.

De schenking
van Oudenbosch

Het verhaal van Oudenbosch begint in december 1275, wanneer Arnoud van Leuven en zijn vrouw Elisabeth, heer en vrouwe van Breda, een belangrijke schenking doen aan de Cisterciënzer abdij van St.-Bernaarts in Hemiksem bij Antwerpen. Zij schenken de monniken de rechten over Gastel en het hele gebied van het Baerlebosch, inclusief tweehonderd bunder moer en een weg en waterloop daarheen. Deze akte wordt vaak gezien als het geboortekaartje van Oudenbosch.

Het geschonken gebied was destijds woest en vrijwel onbewoond. Het werd begrensd door de Roosendaalse Vliet in het westen, de Mark en de Striene in het noorden, en het Dorlichterven in het zuiden. De naam Baerlebosch verwijst naar een bos aan het verdwenen meer Barlaec, dat toen ten noordwesten van het huidige Oudenbosch lag.

De abdij liet het gebied ontginnen met de hulp van lekebroeders en ingehuurde arbeiders. Aanvankelijk was het lastig om pachters te vinden, maar door de grond in eeuwigdurende pacht uit te geven, mét tiendrecht voor de abdij, kwamen er steeds meer belangstellenden.

Het eerste economische succes kwam uit de turfwinning. De moerassige gronden leverden turf op, een belangrijke brandstof in die tijd. Voor het transport groeven de monniken vaarten, de zogenaamde vlettevaarten. Zo ontstond rond 1300–1301 de Vlettevaart: een waterweg die vanuit het meer Barlaec in het noorden via Turfhoofd en de West- en Oost-Vaardeke doorliep naar Bosschenhoofd en Rucphen in het zuiden. Het noordelijke deel van deze vaart kennen we nu nog steeds als de haven van Oudenbosch.

Word lid van
ons verhaal

Vormgeving en onderhoud: Bernard den Braber

Bernard den Braber

©2025