NIEUWS

HEEMKUNDIGE KRING

BR. CHRISTOFOOR

OUDENBOSCH

HEEMKUNDIGE KRING

BR. CHRISTOFOOR

OUDENBOSCH

 

 DE GESCHIEDENIS VAN CARNAVAL

beknopte samenvatting van een voordracht door Rob van de Laar

De laatste thema-avond van de Heemkundige Kring van het kalenderjaar 2017 viel samen met de afsluiting door de S.O.K. (Stichting Oudenbosch Karnaval) van haar jubileumjaar “66 jaor Puitenol”. Niet zo vreemd dat Fidei et Arti op woensdagavond 8 november j.l. daarom vooral gevuld was met supporters van het leutfeest.

Gastspreker Rob van de Laar, o.a. oprichter en conservator van het Nationaal Carnavalsmuseum "Oeteldonks Gemintemuzejum", nam zijn toehoorders mee terug naar de oertijd. Al dan niet gekleed in een berenvelletje zag de primitieve oermens allerhande onverklaarbare natuurverschijnselen om zich heen: zon, maan, regen, wind e.d. Nog erger: hij kreeg ook te maken met seizoenswisselingen, waarbij de koude en onvruchtbare winter plaats maakte voor de warme zomer, waarin nieuw leven opbloeide. Dat moest wel het werk zijn van allerlei goden, geesten en demonen. De diverse volkeren uit de oudheid, zoals de Kelten, Germanen en later ook de Romeinen, hadden allemaal hun verhalen en overleveringen rondom dit verschijnsel.

Over één ding waren zij het eens: het was zaak om tegen het einde van de winter de kwade geesten te verdrijven. Daartoe ontstonden van lieverlee allerlei rituelen, vaak in de vorm van persiflages waarin de realiteit van het dagelijks leven op z’n kop gezet werd. Gaandeweg zijn binnen de katholieke kerk die heidense rituelen gekerstend.

Op het eind van de 11e eeuw werd bepaald hoe men jaarlijks moest berekenen op welke dag het Paasfeest viel (de eerste zondag na de volle maan na het begin van de lente).

 

 

 

 

 

Tijdens de 40 dagen daaraan voorafgaand (de zondagen niet meegerekend) was de vastentijd. In de drie dagen dáárvoor werd tijdens grote feesten afscheid genomen van het vlees eten (“carne levare”) en aanverwante zaken. Ter amusering van de feestvierders ging dat vaak gepaard met wrede spelletjes, zoals hanengevechten en ganstrekken.

 

Dikwijls ontaarden de feesten in schrans- en zuippartijen, wat niet alleen de dominee en mijnheer pastoor, maar ook gezagsdragers tegen de borst stuitte. Er werden van verschillende zijden (meestal vergeefse) pogingen gedaan om het carnaval te verbieden. Om tegenwicht te bieden aan deze bedreigingen van het carnavalsfeest begon men het feest in de loop van de 19e eeuw te reguleren, het eerst in Keulen (1823), met het doel excessen tegen te gaan.

Gaandeweg is dat ook gebeurd in Brabant en Limburg, waar in sommige gevallen mijnheer pastoor zelf het initiatief nam om het feest te organiseren, zodat hij controle kon houden over zijn parochianen. Vooral na de Tweede Wereldoorlog heeft het carnaval zich als een lappendeken verspreid over het zuiden van Nederland, iedere plaats met zijn eigen accenten en gebruiken. Dat verklaart mede waarom dit oudste volksfeest nog steeds springlevend is en ook zal blijven, mits men zich realiseert dat ook tijdens deze leutdagen fatsoenregels gelden.

Postadres:  Heemkundige Kring Br. Christofoor, Markt 30b, 4731 HP Oudenbosch.

vormgeving en onderhoud: Bernard den Braber

Bezoek ook onze facebook pagina.